 |
| |
| Voorwoord |
| |
| In
het onderstaande stuk vindt u summiere informatie over
schildpadden in het algemeen en |
| over de
Griekse Landschildpad
in het bijzonder. |
| Het
is absoluut niet mijn bedoeling geweest om een compleet
stuk te schrijven,
want er is een |
| overvloed aan
goede literatuur en informatie op de markt en ook op het
internet
te vinden. |
| Daarbij is
het ook nog eens zo dat ik zeker geen deskundige
ben, maar meer een liefhebber die |
| zijn
ervaringen en 'kennis' in deze bijzondere en
mooie hobby in deze
site graag wil belichten. |
| |
 |
| |
| Reptielen |
| |
| Reptielen
zijn kruipende (Latijns reptare = kruipen) gewervelde
dieren. Kenmerkend voor deze |
| dieren
is
dat
ze koudbloedig zijn: Ze hebben géén gelijkmatige lichaamstemperatuur,
hun |
| temperatuur
varieert al naar
gelang de
temperatuur van de omgeving. Ze
ademen door middel |
| van longen en de ongeboren jongen zijn
omgeven door een binnenste vruchtvlies. |
| |
| De klasse
van de reptielen wordt verdeeld in
vier orden,
t.w.: |
| |
| 1.
de
orde van de slangen en hagedissen (Squamata) |
| 2.
de orde
van de krokodillen (Crocodilia) |
| 3.
de orde van
de
brughagedissen (Rhynchocephalia) |
| 4.
de orde van de
schildpadden (Chelonia) |
| |
 |
| |
| Schildpadden |
| |
| Schildpadden bewonen al meer dan
250 miljoen jaar
onze aarde en in al deze jaren zijn hun |
|
levenswijze en
uiterlijk nauwelijks veranderd. |
| Het lichaam van
schildpadden wordt omsloten door
een pantser, het zogenaamde
schild. |
| Het
schild bestaat uit een rugschild (carapax) en een buikschild
(plastron). |
| Deze twee delen
zijn aan de zijkanten
aan elkaar vastgegroeid met aan de voor- en achterkant |
|
een brede spleet waar de kop, de sterk
ontwikkelde poten en de
staart doorheen steken. |
| |
| Het
gehele schild, rugschild (carapax) en buikschild
(plastron), bestaat uit drie lagen,
t.w. |
| hoornschubben
-schilden aan de buitenkant, een huidlaag in het midden en
beenplaten aan |
| de binnenkant.
Het schild is,
in
tegenstelling tot wat men misschien denkt, zéér
gevoelig !!! |
| Dit komt
door de aanwezigheid van de huidlaag die voorzien
is van
bloedvaten en zenuwen. |
| |
| Schildpadden
zijn de enige reptielen die geen tanden bezitten. |
| In
plaats van tanden hebben ze scherpe hoornrichels op zowel
de boven- als de onderkaak. |
|
De
dieren hebben een goed gezichts- en geurvermogen en het
gevoelszintuig is eveneens goed |
| ontwikkeld. Het
gehoor is slecht, d.w.z. dat schildpadden waarschijnlijk
niet of
slechts |
| gedeeltelijk geluiden via de lucht kunnen
ontvangen,
maar wel vibraties in de grond en/of in |
| het water kunnen
opvangen. |
| De
wervelkolom bestaat uit: 8 halswervels, 10 rompwervels en
18 tot 33 staartwervels. |
| |
| Momenteel
komen schildpadden nog in alle tropische en gematigde
streken in het wild voor. |
| Er zijn meer dan
300 soorten en de orde van de schildpadden is verdeeld in
2 suborden, t.w.: |
| |
| De Halsbergers (Cryptodira) |
| Hieronder vallen bijna alle
moeras- en landschildpadden die op het noordelijk
halfrond
voorkomen. |
| Kenmerkend
voor deze groep is dat ze de kop volledig onder het schild terug kunnen trekken. |
| De Latijnse naam zegt dit al
enigszins: crypta = holte en dira = verbergen. |
| De
meeste schildpadden die tot deze groep behoren kunnen
de nekwervels een beetje inschuiven |
| en
de kop zo ver in een holte in het schild
intrekken dat ze de poten er als bescherming nog voor |
| kunnen vouwen,
met als extra bescherming de aan de
voorpoten zittende scherpe nagels. |
|
| De Halswenders
(Pleurodira) |
| Deze schildpadden komen alleen op het
zuidelijk halfrond voor. |
| Deze dieren kunnen
de nek en kop niet
onder het schild terug trekken, maar door de nek te buigen |
|
(te wenden) worden de
nek en de kop onder het schild gevouwen. |
|
| Omdat
het grootste deel van de diersoorten direct onder een
orde valt, en niet onder een sub- of |
| onderorde,
worden
onderordes meestal weggelaten om verwarring te
voorkomen. Oorspronkelijk |
| behoorden alle schildpadden tot de Halswenders
en is de naam Halsbergers later ontstaan. |
| Hierdoor
kan de onderorde verdeling niet helemaal buiten
beschouwing gelaten worden. |
| |
 |
| |
| Griekse
landschildpad |
| |
| De
Griekse landschildpad (Testudo Hermanni) behoort tot de groep
Halsbergers en is een van |
| de makkelijkst te
houden landschildpadden die er zijn. Het dier wordt al sinds mensenheugenis |
| als
huisdier gehouden en kan bij een
goede verzorging
een mens overleven. |
| Er zijn dieren bekend die tussen de
80 en 100 jaar oud zijn ! |
| |
| Om
de wildvang een halt toe te roepen zijn alle schildpadden
tegenwoordig wettelijk beschermd |
| en mogen ze
alleen gehouden worden met een bijbehorend certificaat. |
|
Gelukkig zijn er liefhebbers die zich met succes
hebben toegelegd op het fokken van deze |
| fascinerende
dieren. Hierdoor wordt het voortbestaan van deze
diersoort gegarandeerd en hoeft |
| men
bij het aanschaffen van deze
schildpadden geen dieren meer uit het wild te roven. |
| |
| Echter,
"Bezint eer ge begint !" met het houden van
Griekse landschildpadden. |
| Zeer
zeker met de wetenschap dat deze
dieren een
respectabele leeftijd kunnen bereiken en |
| dat
de verzorging véél verder gaat dan het geven van het,
ten onrechte, bekende blaadje sla ! |
| |
 |
| |
| Kenmerken |
|
| Het
rugschild (carapax) van Testudo Hermanni is hoog gewelfd en het
vertoont 13 rugschilden |
| en 24 randschilden. |
| De
achterkant van het rugschild, boven de staart, bestaat
doorgaans uit 2 schilddelen. |
| De schilden
van de bovenkant van 'het harnas' hebben een
geelachtige tot bruinachtige tint. |
| Ze zijn omringd
door een
zwarte / donker bruinachtige onregelmatige rand, met in het midden |
|
van het schild een tot
bijna zwart gekleurde vlek. Afhankelijk van het
herkomstgebied kunnen |
| de schildpadden talrijke
kleurvariaties
hebben, van bijna geheel geel tot bijna helemaal zwart |
|
en alle variaties hier tussenin. |
| |
| Het
buikschild (plastron), dat bij mannetjes hol en bij
vrouwtjes plat tot ietwat bol gevormd is, |
| vertoont
van voor naar achter, over de gehele lengte, een duidelijke
middenstreep. |
| |
| De
kop is bezet met een dikke laag platte huidbeenderen evenals de
staart en de
poten. |
| Aan
de voorpoten zitten vijf nagels en aan de achterpoten
zitten er vier. |
| De
staart eindigt in een hoornen haak. De staart
van het mannetje is doorgaans langer dan die |
| van
het vrouwtje, terwijl het vrouwtje normaal gesproken
iets groter wordt dan het mannetje. |
| De oogjes zijn pikzwart en lijken
op
kraaltjes, de neusgaten zijn klein en hebben iets weg
van |
| speldenprikken. |
| |
 |
 |
| Testudo Hermanni Boettgeri
mannetje |
Testudo Hermanni Boettgeri
vrouwtje |
|
| |
| Het
geslacht is vast te stellen als de dieren 5 -
6 jaar
oud zijn. |
| Het
anaal- of staartschild (onderdeel van het buikschild) bestaat uit
2 delen. |
| Bij
het mannetje heeft het anaalschild de vorm van een
sikkel en loopt naar de zijkanten iets |
| breder uit.
Bij
het vrouwtje heeft het anaalschild de vorm van een hart
c.q. een druppel en loopt |
| niet breder uit.
Het
mannetje is bij 7 - 8 jaar geslachtsrijp en het
vrouwtje bij 8 - 10 jaar. |
| |
| Anders
dan de naam misschien doet vermoeden komt de
Griekse landschildpad niet alleen in |
| Griekenland voor.
Daarbij
kent Testudo Hermanni 2 ondersoorten die in 1987 een
naamsverandering |
| ondergingen,
t.w.: |
| |
| Testudo
Hermanni Hermanni (de westelijke ondersoort) |
| |
| Deze
ondersoort heette vroeger (tot 1987) Testudo Hermanni
Robertmertensi en komt voor in: |
| Zuid Frankrijk,
Noord-
en Zuid
Italië, Oost Spanje en op de eilanden Corsica, Majorca,
Menorca, |
| Sardinië en Sicilië. |
| De vrouwelijke dieren kunnen tot
ongeveer 20 cm. groot worden en het maximale gewicht
bedraagt |
| ongeveer
één kilo. De mannelijke dieren zijn
wat kleiner van omvang en iets lichter van gewicht. |
| T.
H. Hermanni is behoorlijk fel
gekleurd, de
tekeningen zijn kleurrijker en dieper dan bij |
| T. H.
Boettgeri. Daarbij heeft T.
H. Hermanni een
geel vlekje onder het oor. |
| Het
rugschild (carapax) heeft, van
bovenaf gezien, een ovale vorm. |
| |
 |
| Testudo Hermanni
Hermanni (mannetje) |
| |
| De
onderkant van het schild, het buikschild (plastron), is geel -
bruinachtig met een doorgaande |
| donkere/zwarte band (regelmatige donkere/zwarte rand)
aan de
zijkanten. |
| De
lengte van aanhechting van de delen van het borstschild
is bij de pectoralia (blauw
streepje) |
| kleiner en
bij het bekkenschild is de femoralia (rood streepje) groter dan bij T. H.
Boettgeri. |
| |
| De
westelijke ondersoort wordt minder vaak gehouden. Er
wordt ook minder mee gekweekt en de |
| verzorging is
iets lastiger dan de oostelijke ondersoort.
Misschien mede omdat T. H. Hermanni wat |
| slechter tegen de in Nederland
en België heersende
klimatologische omstandigheden is bestand. |
|
| Testudo
Hermanni Boettgeri (de oostelijke ondersoort) |
| |
| Deze
ondersoort heette vroeger (tot 1987) Testudo Hermanni Hermanni
en komt voor in: |
| Albanië, Bulgarije,
Dalmatië, Griekenland, Hongarije, Zuid Italië,
Kroatië, Malta, Monaco, |
| Roemenië, Slovenië, Turkije en op de eilanden Sardinië
en Sicilië. |
| De vrouwelijke dieren kunnen tot
ongeveer 30 cm. groot worden
en het maximale gewicht |
| bedraagt dan
ongeveer drie kilo. |
| De mannelijke dieren zijn wat kleiner
van omvang en iets lichter van
gewicht. |
| T.
H. Boettgeri is minder fel gekleurd als T. H. Hermanni, de
tekeningen zijn minder kleurrijk en |
| minder
diep. Daarbij heeft T.
H. Boettgeri géén
geel vlekje onder het oor. |
| Het
rugschild (carapax) loopt, van
bovenaf gezien, naar achteren iets
breder uit. |
| |
 |
| Testudo Hermanni Boettgeri
(vrouwtje) |
| |
| De
onderkant van het schild, het buikschild (plastron) is
geel - bruinachtig met een onderbroken |
| donkere/zwarte
band (onregelmatige donkere/zwarte
vlekken) aan
de
zijkanten. |
| De
lengte van aanhechting van de delen van het borstschild
is bij de pectoralia (blauw
streepje) |
| groter en
bij het bekkenschild is de femoralia (rood streepje) kleiner dan bij T. H. Hermanni. |
| |
| De
oostelijke ondersoort wordt vaker gehouden. Er
wordt ook meer mee gekweekt en de |
| verzorging is
gemakkelijker dan de westelijke ondersoort.
Misschien mede omdat T. H. Boettgeri |
| wat
beter tegen de in Nederland
en België heersende
klimatologische omstandigheden is bestand. |
| |
| Testudo
Hermanni Boettgeri Hypomelanistic (High Yellow) |
| |
| Deze
Griekse landschildpadden zijn geen aparte
wetenschappelijke soort, maar zijn een |
| kleurmutatie
van de gewone T. H. Boettgeri, die slechts bij 4 op de
1000 dieren voorkomt. |
| Deze
schildpadden komen voor in: Bulgarije, Zuid Servië aan
de grens met Kosovo en Macedonië. |
| De vrouwelijke dieren kunnen
20 - 25 cm. groot worden, maar 30 cm. is ook niet
uitgesloten. |
| Het
gewicht van deze volwassen schildpadden varieert van
twee tot drie kilo. |
| |
 |
| Testudo Hermanni Boettgeri
Hypomelanistic (High Yellow) (vrouwtje) |
| |
| Zowel
het gehele rugschild (carapax) als het buikschild
(plastron) is geelachtig van kleur zónder |
|
donkere/zwarte randen, vlekken en/of banden. |
| |
 |
| |
| Huisvesting |
| |
| Griekse Landschildpadden
houden van warmte en zon. Als de
dieren buiten in een terrarium of |
| misschien zelfs vrij
in de tuin
kunnen en/of mogen rondlopen zult u opmerken dat de
dieren bij |
| zonnige
dagen
ergens schuin tegenaan leunen om zoveel
mogelijk
zonnestralen op te vangen. |
| De zonnestralen zorgen voor
de broodnodige vitamine D 3 productie ! |
| |
| Als
de schildpadden vrij in de tuin mogen rondlopen, zorg
er dan voor dat de dieren niet kunnen |
| ontsnappen.
Het
zijn geweldige klimmers en het lijkt wel of uitbreken
tot een van hun favoriete |
| bezigheden behoort. |
| Een
stevige verticale rand van gestapelde spoorbielzen is
een goede oplossing. Echter er zijn |
| meerdere
goede
oplossingen
te bedenken, als de rand maar stevig en ± 40 cm. hoog is. |
| Langs deze rand mogen ook
geen
voorwerpen, zoals stenen en/of boomstronken, liggen die
de |
| dieren
als 'opstapje'
zouden kunnen gebruiken om over de rand te komen. |
| Ook soortgenoten worden
hier wel eens voor gebruikt. Zorg dus voor voldoende
randhoogte. |
| |
| Creëer
ook voldoende schuilgelegenheid. Een bouwsel van stevig
gestapelde (rots) stenen met |
| hier
en daar meerdere openingen
biedt de dieren bescherming tegen regen en wind maar geeft |
| de
schildpadden ook de mogelijkheid om
naar wens in
de schaduw te kunnen verblijven. |
| Begroeiing
tussen de stenen met
bijv. vetplanten (alle sedum -, huislook-
en sempervivumsoorten) |
| geeft een
natuurlijk aanblik
en tevens
zullen de dieren er naar wens van kunnen smullen. |
| Laat
uw creativiteit werken en probeer hun natuurlijk
biotoop zo veel mogelijk te benaderen. |
| Hier en
daar wat stenen, tevens
goed om de nagels aan te laten slijten, enkele
kleine struiken of |
| heesters,
bijv. aalbes, lavendel en rozemarijn, een plekje met onkruid (zie ook
voeding) en een |
| gedeelte bestaande uit een
±
30 cm. diepe zandbodem
biedt een zo natuurlijk mogelijk verblijf |
| voor de
schildpadden. De
schildpadden zullen zich er
gegarandeerd optimaal
in voelen. |
| Een
goed 'leefgebied' voor de dieren is minstens zo
belangrijk als goede verzorging en
voeding ! |
| |
| Een
oude lichtkoepel, geplaatst op een ± 25 cm. hoge rand
van stenen waarin een toegang is |
| vrij
gelaten,
biedt
de dieren ook bij minder warm weer een toch nog
redelijk
warm plekje. |
| Bedenk
ook dat de nachttemperatuur niet lager dan 10º C mag
bedragen en dat het bij lagere |
| temperaturen beter is om de dieren
binnen
te zetten, tenzij er voorzieningen zijn
aangebracht. |
| Ideaal is een verwarmde
schuilplaats
met een warmtelamp, eventueel gecombineerd met een |
|
warmtekabel onder de vloer. Een
voorziening aanbrengen waar de dieren de mogelijkheid |
| hebben om zich in
te graven kan ook een goede oplossing
zijn. |
| |
| Als
u de schildpadden noodgedwongen toch naar binnen haalt,
laat ze dan niet vrij over
de |
| vloer
kruipen. Want het gevaar bestaat dan dat
de vloer te koud is en/of dat
de dieren op de |
|
tocht komen te zitten. |
| Voorkom dit want dit kan voor de
dieren funest
zijn en longontsteking tot gevolg hebben ! |
| Een
bak of beter een binnenterrarium is dan een goede
oplossing. |
| |
 |
| |
| Voeding |
| |
| Geef
de schildpadden een zo gevarieerd mogelijk 'menu'. Dit
is niet altijd te evenaren. |
| In
de vrije natuur eten de schildpadden alles wat ze op hun weg
tegenkomen, zoals alle wilde |
| planten,
kruiden,
onkruiden maar ook aardwormen, kevers, kadavers en (hun
eigen) ontlasting. |
| |
| Het
aanbod aan voedsel kan bestaan uit: aardappel (gekookt),
aardbei, andijvie, appel (pitten |
| zijn
giftig !), banaan, bloemkool,
boerenkool, boontjes, boterbloemen,
bramen,
courgette, |
| druiven,
erwten, frambozen, herderstasje, ijsbergsla,
kersen, kiwi, klaver, komkommer, krenten, |
|
maïs, mandarijn, meelwormen, meloen, melkdistel, paardenbloem, paprika, peer, perzik, rozijnen, |
| tomaat,
veldsla, vogelmuur, witlof, vetplanten (alle sedum soorten) en
smalle en brede
weegbree. |
| Bepaalde soorten 'hardere' groenten
zoals bijv. bloemkool, erwten, worteltjes en maïs kunt u |
| uit blik
en/of uit
glas geven, of nog beter vers maar dan afgekookt. |
| Probeer gewoon
maar eens uit wat uw dieren het liefst hebben. |
| |
| Om
aan een bepaalde behoefte aan kalk te voldoen kunt u
sepiaschelpen en/of de
schaal van een |
| hard gekookt ei fijnmaken en dat
over
het voornoemde zachter voedsel strooien, het blijft
eraan |
| plakken en de dieren krijgen het
zo automatisch
binnen. |
| |
| Bij dit alles geldt:
Overdaad schaadt en
.... varieer zoveel mogelijk ! |
| Het
geven van een teveel aan fruit bijvoorbeeld kan tot
gevolg hebben dat latent aanwezige |
| parasieten de kans
krijgen om zich zeer explosief te vermeerderen. |
| In
de darmen ontstaat dan een verkeerde bacteriegroei ! |
|
Laat
de hoofdvoeding dus niet grotendeels uit fruit bestaan. |
| |
| Varieer
ook zoveel mogelijk in het aanbieden van hard en zacht
voedsel. |
| Hoofdzakelijk zacht voedsel kan een
verkeerde groei van de hoornrichels
op zowel de boven- als |
| de
onderkaak tot gevolg hebben, dan kan de zogenaamde Papegaaienbek ontstaan. |
| Over
het wel of niet geven van honden- en kattenbrokken zijn
de meningen verdeeld, er wordt |
| beweerd dat
de
brokken op den duur schadelijk zijn voor de lever en
nieren van de schildpadden. |
| |
| Op
warmere dagen is het beter om 2 tot 3 keer per dag
een kleine hoeveelheid te geven, dan een |
| grote portie in één keer,
dit o.a. in verband met bederf.
Let erop dat het aanbod goed
gewassen is |
| om eventuele resten van vuil
en/of bestrijdingsmiddelen
zoveel mogelijk te verwijderen. |
| Kies
bij voorkeur een vaste plek waar u de schildpadden voert,
liefst in de schaduw en op bijv. |
| een tegel die
gemakkelijk
te reinigen is. Het
is goed om één dag per week helemaal niets te
geven. |
| De schildpadden
worden dan niet snel te vet, hetgeen de dieren
alleen maar ten goede komt. |
| |
| Dagelijks
vers drinkwater is ook van levensbelang. Alhoewel, als de
schildpadden dagelijks vers |
| groen en
fruit krijgen dat veel vocht bevat, dan zal de behoefte aan
water minder zijn. |
| |
 |
| |
| Verzorging |
| |
| Twee
tot drie keer per week de dieren een bad laten nemen is aan te
bevelen. Gebruik een ondiepe |
| schaal en vul die met
een
laagje lauw water van ± 2 cm., dit om verdrinking te
voorkomen, en was |
| de dieren
af
met een zachte spons. |
| Meestal ontlasten de
schildpadden
in het water, ververs dan het water voor het volgende
dier. |
| |
| Kijk
uw schildpadden ook regelmatig grondig na. |
| Let
hierbij bijv. op de aanwezigheid van teken en/of andere
parasieten. |
| Controleer
ook op andere onregelmatigheden zoals bijv.:
vervormingen en/of beschadigingen aan |
| het pantser, hoofd, poten en staart. |
|
De dieren moeten een levendige indruk vertonen, de neus
moet droog zijn en de binnenkant
van de |
| bek
moet zacht rose van kleur zijn. |
| De
ontlasting moet vast en donker van kleur (bruin - zwart)
zijn. |
| Ga bij twijfel niet zelf experimenteren maar raadpleeg uw
dierenarts. Uw dieren zijn het waard ! |
| |
| Bedenk
steeds dat een goede verzorging zeer belangrijk is. Niet
alleen om reden dat de dieren
dit |
| nodig
hebben om gezond te blijven en te groeien maar ook om
reden dat
ze in de ± 7 maanden dat |
| ze wakker
zijn reserves
moeten kunnen
opbouwen om de ± 5 maanden durende winterslaap
goed |
| door te
kunnen komen ! |
| |
 |
| |
| Winterslaap |
| |
| In
het najaar (eind oktober - begin november), wanneer de dagen korter worden en het ook
kouder |
| wordt, dan worden de schildpadden trager
en nemen minder voedsel tot zich. |
| Het wordt
dan langzaam
tijd voor hun winterslaap. |
| |
|
Zet de dieren in een diepe bak of doos met een flinke laag gemengde
tuinaarde, tuinturf, zand en |
| bladeren (dit
mengsel mag gerust een beetje vochtig zijn). De dieren
zullen zich hierin dan ingraven. |
| Zo
komen zij de winter goed door,
mits de dieren op een vorstvrije plaats van 2 - 8º C
worden |
| weggezet
waar zij niet gestoord worden, geen last van tocht
en optrekkend
vocht hebben
en de |
| vloer niet te koud is. |
| Een harde
isolatieplaat van 5 - 6 cm. tussen de bak en de vloer
is een prima
oplossing. |
| |
| Voorkom dat andere dieren bij de
schildpadden kunnen komen. |
|
Katten zullen de bak willen gebruiken als kattenbak,
honden zullen er in willen graven en muizen |
| en/of ratten
zullen aan de poten en staart van de schildpadden
knagen ! Zorg er dus voor dat de |
| bak niet toegankelijk
en goed afgesloten is. Bedenk echter
wel dat ventilatie
noodzakelijk is. |
| |
| Het
is een goede zaak om de schildpadden alvorens ze aan de
winterslaap beginnen nog een bad |
| te geven.
Ze
zullen dan ontslakken en de winterslaap beginnen en
doorkomen met redelijk schone |
| en lege darmen.
Bega
niet de fout om te pas en te onpas
eens even in de bak te kijken. |
| De mogelijkheid
bestaat dan dat de dieren
wakker worden, met alle gevolgen van dien. |
| Laat de
natuur dus zijn gang gaan, dat is
het beste. |
| |
| Tegen
het voorjaar (maart - april) wanneer de dagen weer beginnen te lengen en
de temperatuur |
| weer toeneemt zult u
af en toe schraapgeluiden in de bak horen. |
| Een teken dat
de dieren wakker worden en op zonnige dagen
weer naar buiten
mogen. |
| In het begin zullen ze nog een beetje traag
zijn en nog niet zoveel voedsel tot zich
nemen. |
| Geef de dieren een lauw bad en e.e.a. zal snel
veranderen. Vooral in het begin is het misschien |
| nog nodig om
de dieren voordat de avond invalt binnen
te halen. Als de nachttemperaturen |
| stabiel boven de
10º C blijven dan kunnen de dieren constant buiten
blijven. |
| |
| Het
laten overwinteren c.q. de dieren een winterslaap laten
houden geldt niet voor pas geboren |
| en jonge
schildpadden.
Bijna alle deskundigen adviseren om jonge dieren de
eerste paar jaren in |
| een binnenterrarium
wakker
te houden, zodat zij zonder onderbreking voedsel tot
zich kunnen |
| nemen en
dus ook kunnen doorgroeien. |
| |
 |
| |
| Jonge
schildpadjes |
| |
| Zoals
hierboven al vermeld staat, zijn alle schildpadden
tegenwoordig wettelijk beschermd en |
| mogen
ze
alleen gehouden worden met een bijbehorend certificaat. |
| In
de handel en/of bij fokkers zijn zelden halfwas of
volwassen dieren te koop die meteen in |
| de
tuin of in een buitenterrarium kunnen worden gehuisvest. |
| Daarom
moet de ware liefhebber de hobby vaak beginnen met het
aanschaffen van jonge (baby) |
| schildpadjes
bij andere liefhebbers of fokkers. Huisvesting,
voeding, verzorging en winterslaap |
| van
de jonge dieren verdient extra aandacht, daarom
hieronder iets meer informatie. |
| |
|
Huisvesting: |
| De
jonge dieren kunnen de eerste paar jaren het beste in
een een binnenterrarium (aquarium of |
| caviabak)
gehouden worden. Als bodembedekker is een ca. 10 cm.
dikke laag vochtige potgrond |
| of
cocopeat een goede keuze. Door het vochtig
houden en dus regelmatig bevochtigen van de |
| de
ondergrond groeien de jonge schildpadjes op met een mooi
glad schild. |
| Hier en daar enkele
goed gestapelde (platte) stenen met tussenruimten bieden
de schildpadjes |
| een
prima schuilgelegenheid. De stenen dienen tevens om de
nageltjes van de beestjes op een |
| natuurlijke wijze af
te
laten slijten. Plaats het binnenterrarium nooit buiten
in de volle zon. |
| |
|
Temperatuur: |
| De
temperatuur mag in het binnenterrarium, zowel overdag
als 's nachts, 28 tot 30º C
bedragen. |
| Dit
kan bereikt worden m.b.v. één of meerdere spot- of
gloeilampen die bij voorkeur aan één kant |
| van
het verblijf aangebracht worden. Onder de lamp(en)
kan/mag de temperatuur overdag zelfs |
| tot
ca. 35º C
oplopen.
De temperatuur in dit deel van het verblijf wordt dus
enkele graden hoger |
| dan
in het andere deel en zodoende kunnen de jonge dieren
naar eigen keuze afwisselend of in |
| het
warmere of in het koelere gedeelte verblijven. Ook komt
het voor dat de schildpadjes zich |
| ingraven
en soms wel enkele dagen onder de grond doorbrengen.
Wanneer ze honger krijgen dan |
| komen
ze wel weer naar boven. |
| |
| Voeding: |
| Ook
voor de jonge (baby) schildpadjes geldt: Varieer het
'menu' zoveel mogelijk. |
| Buiten
het voedsel, waarvan een opgave reeds hierboven bij
voeding staat, kan men het aanbod |
| eens
per 14 dagen aanvullen met in water geweekte honden- of
kattenbrokken en/of Pedigree |
| Mixer.
Hierin zitten tevens extra vitaminen en mineralen. |
| Ook
fris drinkwater mag nooit ontbreken. Ververs het water
zo nodig enkele malen per dag. |
| |
| Verzorging: |
| Wanneer
het goed weer is en de buiten temperatuur ten minste 20º C
bedraagt, dan mogen de |
| schildpadjes
overdag naar buiten om te genieten van het natuurlijk
zonlicht. |
| De zonnestralen zorgen
meteen voor
de broodnodige vitamine D 3 productie ! |
| Zorg
er wel voor dat de dieren de mogelijkheid hebben om te
kunnen schuilen als het te warm |
| wordt.
Goed gestapelde stenen met tussenruimten, enkele
nokpannen en lage struikjes kunnen |
| een
prima bescherming bieden. Bescherm de jonge dieren ook
tegen andere huisdieren zoals |
| honden
en katten, maar ook tegen natuurlijke vijanden. Denk
hierbij aan muizen, ratten, egels |
| en de
grotere
(roof) vogelsoorten zoals bijv. torenvalk, sperwer,
kraai, ekster en Vlaamse gaai. |
| Zet
de schildpadjes tegen de avond en/of onder de 20º C
weer in het binnenterrarium. |
| |
| Winterslaap: |
| Het
verdient aanbeveling om de jonge schildpadjes enkele
jaren en zeker de eerste 2 winters |
| in
het verwarmde binnenterrarium op te laten groeien.
Doordat de temperatuur in het verblijf |
| niet
daalt, blijven de jonge dieren wakker en houden dus geen
winterslaap. Zo kunnen zij |
| zonder
onderbreking voedsel tot zich blijven nemen, hetgeen de
groei ten goede komt. |
| |
| Bij
een goede huisvesting, voeding en verzorging en wanneer
er zich geen complicaties voor |
| doen,
dan kunnen de jonge schildpadjes het eerste jaar al een
grootte van 8 - 11 cm. bereiken. |
| Ondanks
het feit dat bij volwassen dieren de vrouwtjes groter
zijn/worden dan de mannetjes |
| komt
het vaker voor dat de mannetjes na het eerste jaar
groter zijn dan de vrouwtjes. |
| Na
enkele jaren 'halen de vrouwtjes de mannetjes in' en
worden dus groter. |
| |
 |
| |
| Slotwoord |
| |
| Zoals
ik in het begin van dit stuk al aangaf is het
bovenstaande absoluut niet compleet maar meer |
| een korte
leidraad
voor liefhebbers, geïnteresseerden en/of aspirant bezitters. |
| Er is
heel veel goede literatuur op de markt en zo is ook op internet
veel informatie te vinden. |
| Het is
de moeite waard om u wat breder te oriënteren, zeer zeker voor deze mooie
liefhebberij. |
| Als u uw schildpadden de verzorging geeft
die zij verdienen dan zult u tot in lengte der
jaren
van |
| uw
schildpadden kunnen blijven
genieten en ..... zij misschien van u ! |
| |
| Veel
succes ! 2005
©
2022 Wigo |
| |
 |